• Kunstchroniek, Kunstkritiek, Kunsttheorie DE TRADITIONELE HEDENDAAGSE KUNST VAN JAN FREDERIK DE COCK JEROEN LAUREYNS Samenvatting: in het begin van de...

    Portrait made by Stephan Vanfleteren.
    © Jan De Cock

    Kunstchroniek, Kunstkritiek, Kunsttheorie

     

    DE TRADITIONELE

    HEDENDAAGSE KUNST VAN

    JAN FREDERIK DE COCK

     
    JEROEN LAUREYNS
     

     

    Samenvatting: in het begin van de 21ste eeuw formuleert Jan De Cock een vernieuwende visie op de hedendaagse kunst. Vandaag is de hedendaagse kunst traditioneel. De tijd van breken met de traditie is voorbij, nu de breuk zelf een traditie is geworden en levert in de handen van de jonge Jan De Cock een synthese op van het modernisme en de klassieke kunst in de vorm van monumentale, handgemaakte ‘Denkmal’-installaties in vezelplaat met sterke fotografische, architecturale, filmische, sculpturale en performatieve kwaliteiten. Elk tijdelijk monument is een organisme dat zich als een kleine kathedraal in de bestaande buiten- of binnenruimte integreert en het licht, de gedachten en de geschiedenis reflecteert. Nu twintig jaar later voegt De Cock in Brugge aan zijn “traditionele hedendaagse kunst” abstract-lyrische Alpenlandschappen en Sansebastiangezichten in klei toe, die op het idee van de wedergeboorte het opgewekte licht van de heldere Alpenlucht laten schijnen. De werken staan in een Vlaams-Italiaanse revelatie van een kunstenaar in de beste, bloeiende traditie van het Belgisch beeldscepticisme.

     

     

    1. CHRONIEK.

     

    Op een donkere donderdagavond in januari nam ik de trein naar Brugge, op weg naar ‘The Bruges Art Institute’  het nieuwe initiatief van Jan De Cock. De uitnodiging die ik op het einde van de zomer had ontvangen, deed mij de wenkbrauwen fronsen. Jan De Cock terug in België? En opnieuw met een school? De uitnodiging en een interview in Knack die mij een beetje op weg hadden kunnen helpen, deden mij steigeren. De ‘grandioze opening’ van de ‘meester-beeldhouwer’, die nog maar eens met status- argumenten (het Moma!, de Tate!...) en andere vormen van borstklopperij bewees dat hij in Italië zijn haantjesgedrag niet afgeleerd had, lieten mij niet meteen van enthousiasme overlopen.

     

    Tot ik op een Antwerpse zondagmorgen in een koffiebar de foto’s van zijn nieuwe Brugse atelier en zijn nieuwe landschapsschilderijen onder ogen kreeg en niet snel genoeg in Brugge kon zijn om in de nieuwe beelden te zien die in het magazine van De Tijd zo’n krachtige indruk op mij maakten, mij nog altijd konden overtuigen. En dat deden ze. En hoe, maar even kort eerst nog iets over Brugge.

     

    Het heeft mij altijd verbaasd dat in de familieroman van mijn leven ik Brugge als een opgewekte stad bleef zien: mijn vader was daar in de jaren ‘80 in een psychiatrische instelling opgenomen, waardoor ik mijn lagere schooltijd thuis zo goed als zonder vader heb doorgebracht. De eerste jaren dat hij in Rustenburg zat gingen we hem twee keer per week in Brugge bezoeken en hoezeer ook boven mijn jeugd die depressie als een drukkende donkere wolk boven mijn jonge leven hing, alle uitstapjes die we met mijn depressieve vader in Brugge deden zijn er nooit in geslaagd om van die stad de dode stad te maken, die ze met Bruges-la-Morte in de verbeelding van het fin-de-siècle geworden was.

     

    Was het de levenslust van mijn ‘we maken er een uitstap van’ moeder? Of toch vooral het licht en de lucht die van een klaarheid zijn die je in Gent, Brussel of Antwerpen niet aantreft? Zowel het één als het ander vermoedelijk, maar het zijn opnieuw het Brugse licht en lucht die mij met blijdschap vervullen wanneer ik op 15 januari uit het het station de duisternis inwandel: in Brugge voel je dat de zee vlakbij ligt. Je kan de zee er al ruiken en het bezorgt het opgewekte licht een kwaliteit, die nog eens versterkt wordt door het water waaraan ook de nieuwe Brugse kunstinstelling van Jan De Cock gevestigd is. Wanneer we op het einde van de avond samen aan de Spinolarei staan om afscheid te nemen, zijn we het er over eens: het heldere, opgewekte Brugse licht prikkelt de verbeelding.

     

    En het hoeft ons niet te verbazen dat het net hier is dat Jan De Cock, geïnspireerd door het Italiaanse Alpenlandschap, zijn nieuwe landschapsschilderijen is beginnen te maken. Net zoals Koen van den Broek pas het Californische woestijnlicht kon schilderijen toen hij in ‘Cloudy Old Antwerp’ was, of Thierry De Cordier de noordelijke melancholie van het Vlaamse landschap in talloze schilderijen kon vatten wanneer hij in de Auvergne woonde, zo is Jan De Cock volop zijn Italiaanse landschappen beginnen te schilderen wanneer hij naar Vlaanderen terugkeerde.

     

    2. KRITIEK.

     

    Voor wie het werk van Jan De Cock een beetje kent, is de stap die hij artistiek nu zet verwonderlijk. We kennen de kunstenaar als een bouwer van installaties in vezelplaat en als beeldhouwer van hybride objecten. Niet als schilder. Laat staan als landschapsschilder van grote kleurrijke doeken, waarvan de uitlopende verfsporen nog het meeste doen denken aan de abstracte werken in meerdere, nog natte verflagen die Gerhard Richter met een lat in vegen door elkaar liet lopen.

     

    De Cock werkt ook in verschillende, elkaar overlappende lagen kleur, maar de verf is lopender, ze druipt over het doek, of is, zoals bij Marlène Dumas of Hellen Franktaler met haar soak-staintechniek, met een wiegende techniek over het doek vloeien en - ondanks de hoge graad aan abstractie - zijn de Italiaanse bergtoppen en wolkenpartijen nog altijd herkenbaar.

     

    De doeken zelf zijn groot (makkelijk 2 meter hoog en anderhalve meter breed), volumineus (minimum 10 centimeter dik) en vaak opgevat als een triptiek, waarin verschillende gezichten naast elkaar geplaatst zijn. De Cock heeft zichzelf tot ‘Meester’ uitgeroepen, maar vermoedelijk zijn in de samenwerking met de landschapsschilder Jean-Marie Bytebier de rollen – tijdelijk – omgekeerd geweest. De Cock heeft bij Bytebier een masterclass landschapsschilderen gevolgd, maar doet er zijn eigen ding mee. Bytebier gebruikt een steelloze, brede borstel, De Cock laat zijn verf meer lopen en heeft in zijn landschapsbeelden zijn camera-oog en ruimtelijke handen meegenomen.

     

    Alle landschappen die ik die maandag in het Bruges Art Institute gezien heb, hebben mij met verstomming geslagen. En meer nog dan bij Richter, leken de schilderijen mij zoals bij de grootste lyrische hedendaagse landschapsschilder van vandaag, David Hockney, de kracht van de natuurlijke schoonheid te willen bezingen, met het op het eerste gezicht onnatuurlijk ogende kleurenpalet. Het zijn abstract-lyrische Italiaanse landschappen, geschilderd in en door een Belgische Vlaming. Daardoor lijkt de ambitie om die twee epicentra van de Europese Renaissance vandaag nieuw leven in te blazen, al minder op hanerige grootspraak te berusten dan gedacht. Meer daarover in het theoretische gedeelte, eerst iets over die andere omslag.

     

    De tweede grote artistieke verandering in het oeuvre van de kunstenaar die vanaf nu zijn werk met Jan Frederik De Cock signeert, zijn de figuratieve beelden die in zijn abstracte  hybride sculpturen verschijnen. Het zijn grote, in klei gemodelleerde gezichten, geïnspireerd op een Sint-Sebastiaanmotief, waarvan minstens één gezicht met holle ogen en opengesperde mond dezelfde ‘Schreeuw’ leek te lossen als in het gelijknamige, iconische werk van Edvard Munch.

     

    De modernistische en postmodernistische De Cock voegt een existentieel en expressionistisch element toe aan een hybride sculptuur (hout/keramiek/verf/tafel) ,waarin alle kaders de fysieke vertaling zijn van de verschillende camerastandpunten in een film en ook hiermee leunt hij opnieuw dichtbij Munch aan: Munch is niet alleen de spontane schilder van de losse penseelvoering om de zenuwgesteldheid van zichzelf en zijn tijd te verbeelden, maar ook de kunstenaar van het verkorte perspectief. Dat verkort perspectief is een beeldelement  dat helemaal vooraan in beeld is geplaatst om de toeschouwer als een vuistslag in het gezicht te raken. Fysieke pijn was voordien geen thema in het werk van Jan De Cock, bij J. Frederik D.C. nu wel.

     

    De formalistische installatiebouwer/beeldhouwer is dus plots ook een figuratieve schilder en beeldhouwer geworden. Van een breuk en van de traditie van de breuk is geen sprake. Zijn landschapsschilderijen sluiten naadloos aan bij de late waterlelie schilderijen van Monet uit Giverny, waarin zijn tuinen in de weerspiegeling van de hemel in het water een perfecte osmose vormen. De Cock is ook de kunstenaar die in zijn kunst theoretiseert en historiseert en die van een nieuwe invulling van het begrip ‘traditie’ zijn missie heeft gemaakt. Niet alleen de stad (Brugge), het statige pand en het verlaten van de ‘white cube’ voor het oude salon wijzen op die terugkeer naar een burgerlijke vorm van traditie, maar vooral ook zijn kunst zelf.

     

    3. THEORIE.

     

    Binnen de ontwikkeling van het Belgisch beeldscepticisme neemt het werk van Jan De Cock een belangrijke plaats in. Het Belgisch beeldscepticisme ontstond toen René Magritte het had over ‘Het Verraad van de Beelden’ (…) en Marcel Broodthaers daaruit concludeerde dat Magritte een vloek over de beelden had uitgesproken. Daardoor zijn de beeldende kunstenaars in de paradoxale positie terechtgekomen dat ze de beelden niet meer kunnen vertrouwen en dan maar een uitweg zoeken in het maken van beeldende kunst met woorden en dingen. En om het nog wat moeilijker te maken, kiest Broodthaers ervoor om met zijn conceptuele kunst de conceptuele kunst te bestrijden. De mal in de ‘moule’ is leeg: de kunst is eruit weggetrokken en het enige wat overblijft zijn de kaders van de kunst. De autoriteit van de institutionele macht is enkel groter geworden wanneer zij gewone dingen als kunst toont en niet een zelfgemaakt, herkenbaar kunstwerk. Om die dubbele paradox van Broodthaers te omzeilen en de impasse te doorbreken, begon Jan De Cock als kunstenaar ‘de mal’ in de ‘moule’ te herdenken in zijn ‘Denk-mal’-reeks, door van zijn houten kaders in de ‘Denkmal’-installaties camerakaders te maken: wie zich als toeschouwer door zijn monumentale installaties bewoog, kreeg het gevoel dat hij door het kader van een camera de wereld bekeek.

     

    De ‘moule’ van Broodthaers werd de ‘mal’ bij De Cock en in plaats van het verdwijnen van de kunst op het moment dat de beelden door woorden en dingen vervangen werden, verschenen er in de houten camerakaders van De Cock opnieuw beelden. De Cock vond een uitweg uit de impasse en eigende zich, ook via Broodthaers, het recht toe om op een onconventionele manier kunst te institutionaliseren door zelf museumdirecteur te spelen en zo de machtige museumdirectie (De boekentoren in Gent en De Tate Modern) de arm om te wringen. De Cock mag dan wel op bedenkelijke wijze pochen met zijn kunstenaarschap door een indrukwekkende lijst belangrijke Westerse instellingen op zijn c.v. te zetten, in wezen wijkt zijn kunst niet af van de radicale democratische droom dat de macht om iets wel of niet tot grote kunst uit te roepen in de handen ligt van elke individuele toeschouwer.

     

    De ‘Denkmal’-reeks was een nieuwe schakel in de ontwikkeling van het Belgisch beeldscepticisme en institutioneel anarchisme. Binnen het project van de radicale vrijheid van de hedendaagse kunst waarin ‘iedereen kunstenaar kan zijn’ en men ‘met om het even wat kunst kan maken’ (Thierry de Duve), bedacht hij ook een normatieve vorm voor de kunst van de 21ste eeuw.

     

    Op het moment dat de avant-garde het definitief wint van de academische kunst is de vrijheid zo groot geworden dat het nog moeilijker wordt om zonder kennis van de traditie zelf kunst te maken. Filosofisch gezien bestaat er geen traditie meer die de kunstenaar een vast arsenaal aan onderwerpen biedt (religie, mythologie, geschiedenis, politiek…), of die een materiaal of stijl voorschrijft. Dat maakt dat het elke individuele kunstenaar vandaag vrij staat om zijn eigen materiaal, stijl en techniek te kiezen. (De verlamming die dat kan veroorzaken uit zich onder meer bij kunststudenten, die vaak zeggen dat ze vast zitten: er is geen houvast meer, de vrijheid is totaal, terwijl kritische docenten wel klaar staan om zonder duidelijke richtlijnen een hard oordeel te vellen.)

     

    Binnen dat ideaal van de volledige vrijheid was De Cock een van de weinige kunstenaars die in het begin van de 21ste eeuw een nieuw paradigma wist te formuleren. Met een kunstvorm die schatplichtig was aan het minimalistisch modernisme in het bijzonder en de 20ste eeuwse avant-garde in het algemeen (industriële materialen, geometrische vormen, modulaire opbouw, ruimtelijke-architecturale werking, fotografische en performatieve kwaliteiten…), stelde de ‘Denkmal’-reeks dat de hedendaagse kunst in een traditionele fase was terecht- gekomen.

     

    Niet langer ‘de traditie van de breuk’, de strijd tussen de verschillende generaties of de introductie van nieuwe materialen, maar wel de historische continuïteit en het voortbouwen op een traditie werd het motto van De Cock, dat ook als een kritisch instrument kon gebruikt worden om de andere kunst in de 21ste eeuw tegen af te wegen. Ondanks het progressieve zelfbeeld van de hedendaagse kunstwereld is de kunst in de 21ste eeuw traditioneel geworden. Van breuken, vormelijke vernieuwingen of inhoudelijke cesuren is geen sprake meer. Wel van traditionele hedendaagse kunst, in het beste geval, of van hedendaagse academismen, in het slechtste geval.

     

    In die zin is er dan ook in het werk van De Cock geen sprake van een breuk nu de installatiebouwer Jan Frederik De Cock ook een landschapschilder en figuratieve beeldhouwer geworden is: het camerakader leeft verder in de verschillende standpunten van waaruit de Italiaanse bergen geschilderd worden, de Sansebastian- figuren passen zich naadloos in in de hybride beeldhouwwerken en houden ook onderling met elkaar verband in het Gesamtkunstwerk dat het atelier van JDC is geworden, aangezien er ook altijd voor de koude kunstkamers van de witte kubus een alternatief wordt voorzien.

     

    Het weerzien op die koude donderdagavond in Brugge was niet enkel warm door het sociale contact en de revelatie van de landschapsschilderijen en schreeuwende hoofden in klei, maar ook door de vernieuwende invulling van de Wunderkammer in het Bruges Art Institute. Ondanks alle wereldpolitieke drama’s buiten overheersen binnen het opgewekte Brugse licht en de verfrissende Italiaanse berglucht het nieuwe werk van Jan Frederik De Cock. Zelfs het lijden van zijn Sansebastians is in een verlichte staat weergegeven. Wie niet over de vergankelijkheid van De Cock’s grootspraak struikelt, maar onbevangen naar zijn kunst kan kijken, wacht een wedergeboorte.

     

    Jeroen Laureyns van het Agentschap voor Geestelijke Gastarbeid, de Belgische Sectie. Gent-Antwerpen, 11 maart 2020.

    Gepubliceerd eerst in Kunstmagazine NR.6 - April - Mei 2020 van Peter Cooreman.

     

  • Born May 1976, Brussels. Lives and works in Ivrea, Piemonte, North Italy & Bruges, Flanders, Belgium. selection solo exhibitions 2020...

    Portrait made by Alex Vanhee.
    © Jan De Cock

    Born May 1976, Brussels.

    Lives and works in Ivrea, Piemonte, North Italy
    & Bruges, Flanders, Belgium.

    selection solo exhibitions

    2020
    • Everything for you, Bruges
    • WUNDERKAMMER, The spatial development of the artist studio in time, The Bruges Art_Institute, Bruges, Belgium
    2019
    • New Sculptor Studio & movable goods for nothing, out of tradition, The Bruges Art_Institute, Bruges, Belgium
    • The Ideal Landscape. An exhibition in paintings by Jean-Marie Bytebier and Jan De Cock, The Bruges Art_Institute, Bruges, Belgium

     

    2018
    • Sculptor Studio & movable goods for sale out of necessity III, The Brussels Art_Institute, Brussels, Belgium
    • From Brussels With Love, The Brussels Art_Institute, Brussels, Belgium
    • Everything For You, Ivrea., Studio Torino, Ivrea, Italy
    • Abstract Capitalism IV, The Brussels Art_Institute, Brussels, Belgium
    • Grandiose Shipyards, Ostend, Belgium

     

    2017
    • Sculptor Studio & movable goods for sale out of necessity II, The Brussels Art_Institute, Brussels, Belgium
    • Everything for you, Torino, Francesca Minini Gallery, Milan, Italy
    • Everything for you, Narita
    • Everything for you, Frankfurt, Schirn Kunsthalle, Städel Museum, Frankfurt am Main, Germany
    • Abstract Capitalism III, Office Baroque Gallery, Brussels, Belgium
    • Abstract Capitalism III, Memorial Exhibition, Lempertz, Brussels, Belgium

     

    2016
    • Abstract Capitalism II, The Brussels Art_Institute, Brussels, Belgium 
    • Everything for you, New York
    • Everything for you, Firenze
    • Everything for you, Antwerp
    • Sculptor Studio & movable goods for sale out of necessity I, The Brussels Art_Institute, Brussels, Belgium
    • Everything for you, Paris, Brancusi Studio, Centre Pompidou, Paris, France
    • Everything for you, Wien, MuseumsQuartier, Wien, Austria
    • Abstract Capitalism, Office Baroque Gallery, Brussels, Belgium

     

    2015
    • Everything for you, Calais
    • Everything for you, Brussels, The Brussels Art_Institute, Brussels, Belgium

    • Everything for you, Decocksdorp

    • Love Me Tender, Collaboration with Michelangelo Pistolleto, Bozar, Brussels, Belgium

    • Everything for you, Godarville

    • Everything for you, Luxembourg

    • Everything for you, Herford, Museum für Kunst, Architektur & Design, Marta Herford, Herford, Germany

    • Everything for you, Casablanca

    • Everything for you, Liverpool

    • Sculpturecommunism II, The Brussels Art_Institute, Brussels, Belgium

    • Everything for you, Cassel

    • Sculpturecommunism, Office Baroque Gallery, Brussels, Belgium

     

    2014
    • Everything for you, Hong Kong
    • Everything for you, Belfast
    • Everything for you, Carrara
    • Everything for you, Kiev
    • Everything for you, Waterloo

     

    2013
    • Everything for you, Havana
    • Everything for you, Strombeek, Cultureel Centrum Strombeek, Belgium
    • Everything for you, Otegem, Deweer Gallery, Otegem, Belgium
    • Everything for you, Mexico-City, Galeria Hilario Galguera, Mexico City, Mexico
    • Jacqueline Kennedy Onassis, Galerie Fons Welters, Amsterdam, The Netherlands

     

    2012
    • Jacqueline Kennedy Onassis, A Commercial Exhibition, Galeria Filomena Soares, Lisbon, Portugal
    • Occupying the Museum, Galerie Ronny Van de Velde, Knokke, Belgium
    • Jacqueline Kennedy Onassis, A Romantic Exhibition, Staatliche Kunsthalle Baden-Baden, Baden-Baden, Germany

     

    2011
    • Jacqueline Kennedy Onassis, White-Out Studio, Knokke, Belgium
    • Improvise and Overcome, KIOSK, Ghent, Belgium

     

    2010
    • Via dell' abbondanza, Francesca Minini Gallery, Milan, Italy
    • Repromotion, Galerie Fons Welters, Amsterdam, The Netherlands

     

    2009

    • Repromotion, Gallery Luis Campaña, Berlin, Germany
    • Repromotion, Palais des Beaux-Arts, Bozar, Brussels, Belgium

     

    2008
    • Modern is changing fig. 4, Stella Lohaus Gallery, Antwerp, Belgium
    • Modern is changing fig. 3, Gallery Luis Campaña, Cologne, Germany
    • Modern is changing fig. 1, Galerie Fons Welters, Amsterdam, The Netherlands
    • Denkmal 11, Museum of Modern Art, 11 West 53 Street,  New York, United States of America

     

    2007
    • Denkmal 70, Sint-Lukas Hogeschool, Brussels, Belgium
    • Denkmal 87, Glenn Horowitz Bookseller, East Hampton, United States of America
    • Denkmal 1, Galleria Massimo Minini, Art Brussels, Brussels, Belgium

     

    2006
    • Denkmal 4, Casa del Fascio, Como, Italy
    • Denkmal 4, Francesca Minini Gallery, Milan, Italy
    • Denkmal 4, collaboration with Daniel Buren, Massimo Minini, Brescia, Italy
    • Denkmal 25, Kunsthalle Haus Konstruktiv, Zürich, Switzerland
    • Denkmal 47, Stella Lohaus Gallery, Antwerp, Belgium
    • Denkmal 1901, Art Basel Convention Center, Miami Beach, United States of America

     

    2005
    • Denkmal 53, Tate Modern, Bankside 53, London SE1 9TG, United Kingdom
    • Denkmal 7, Schirn Kunsthalle, Frankfurt am Main, Germany
    • Denkmal 5-12-3, Jan, collaboration with Comme des Garçons, Tokyo, Japan

     

    2004
    • Denkmal 23, Palais des Beaux-Arts, Brussels, Belgium
    • Denkmal 47, Stella Lohaus Gallery, Antwerp, Belgium
    • Denkmal 9, Henry Van de Velde University Library, Ghent, Belgium
    • Denkmal 1a, Gallery Luis Campaña, Köln, Germany

     

    2003
    • Denkmal 3, Kerstin Engholm Gallery, Vienna, Austria
    • Denkmal 10, Kunsthalle De Appel, Amsterdam, The Netherlands
    • Art Statement, Art Basel 34, Basel, Switzerland

     

    2002
    • Art Positions, Art Basel Miami Beach, Miami, United States of America
    • Randschade Fig.9 / Collateral Damage Fig.9, Gallery Fons Welters, Amsterdam, The Netherlands
    • Randschade Fig.7 / Collateral Damage Fig.7, Museum voor Schone Kunsten & S.M.A.K., Ghent, Belgium

     

    2001
    • Randschade Fig.4 / Collateral Damage Fig.4, Gallery Fons Welters, Amsterdam, The Netherlands

     

    1999
    • Vertigo or the Era of Free Catalogues, Kunstencentrum Argos, Brussels, Belgium

     

    1998
    • Vertigo or the Area of Free Catalogues, Waterloo Region Museum Memorial 1815, Waterloo, Belgium

     

    1997
    • The Industry of Human Happiness II, The Tower of Books, Henry Van de Velde, Ghent, Belgium
    • The Industry of Human Happiness, De Bijloke Old Library, Ghent, Belgium